**1.** De Partijen verplichten zich ertoe te erkennen dat iedere persoon die tot een nationale minderheid behoort het recht heeft vrijelijk en zonder inmenging zijn minderheidstaal te gebruiken, in het privé-leven en in het openbaar, mondeling en in geschrifte.
**2.** In gebieden die van oudsher of in groten getale worden bewoond door personen die tot nationale minderheden behoren, streven de Partijen ernaar, indien die personen daarom verzoeken en wanneer een dergelijk verzoek in een werkelijke behoefte voorziet, voor zover mogelijk, de voorwaarden te waarborgen die het mogelijk maken de minderheidstaal te gebruiken in betrekkingen tussen die personen en de bestuurlijke instanties.
**3.** De Partijen verplichten zich ertoe het recht van iedere persoon die tot een nationale minderheid behoort te garanderen om onverwijld, in een taal die hij verstaat, op de hoogte te worden gesteld van de redenen voor zijn arrestatie en van de aard en de reden van een tegen hem ingebrachte beschuldiging en om zich in deze taal te verdedigen, indien nodig met kosteloze bijstand van een tolk.
TITEL II
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2005