Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel 10

Belastingaangelegenheden

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2005

1. Voertuigen, met inbegrip van hun reserveonderdelen, waarmee vervoer wordt verricht in overeenstemming met dit Verdrag, zijn, behalve voor cabotage, wederzijds vrijgesteld van alle belastingen en heffingen opgelegd ter zake van het verkeer of het bezit van voertuigen, alsook van alle speciale belastingen of heffingen opgelegd ter zake van vervoerswerkzaamheden op het grondgebied van het andere land. 2. In het geval van cabotage is artikel 12, tweede lid, van toepassing. 3. Er wordt geen vrijstelling verleend van belastingen en heffingen op motorbrandstof, belasting over de toegevoegde waarde op vervoersdiensten, tolgelden en gebruiksheffingen. 4. De volgens de nationale wetgeving van het gastheerland toegestane hoeveelheid, zich in de normale, vaste, door de fabrikant ingebouwde reservoirs van de voertuigen bevindende brandstof, alsmede de alleen voor de goede werking van die voertuigen bestemde smeermiddelen, zijn wederzijds vrijgesteld van douanerechten en andere belastingen en betalingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel