Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 9

Vergunningsvoorwaarden

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2005

1. De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen wisselen jaarlijks een overeengekomen aantal blanco vergunningsformulieren uit. Aanvullende vergunningen worden met wederzijds goedvinden door een van de Verdragsluitende Partijen op verzoek van de andere Verdragsluitende Partij afgegeven. Aan ingezeten vervoersondernemers worden de vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten of door een door die autoriteiten aangewezen instantie. 2. Vergunningen zijn persoonlijk en zijn niet overdraagbaar aan andere vervoersondernemers of aan derden. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen. 3. Vergunningen mogen slechts voor één voertuig tegelijk worden gebruikt. De vergunningen zijn geldig tot en met 31 januari van het daaropvolgende kalenderjaar. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

Rechtspraak bij dit artikel