Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
Ontplofbare munitie, conventionele munitie die explosieve stoffen bevat, met uitzondering van mijnen, valstrikken en andere mechanismen als gedefinieerd in Protocol II van dit Verdrag zoals gewijzigd op 3 mei 1996.
Niet-gesprongen munitie, ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en is gebruikt in een gewapend conflict. De munitie kan zijn afgevuurd, afgeworpen, gelanceerd of afgeschoten en had tot ontploffing behoren te komen, maar weigerde zulks te doen.
Achtergelaten ontplofbare munitie, ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict, en die niet langer onder het gezag staat van de partij die deze heeft achtergelaten of gedumpt. Achtergelaten ontplofbare munitie kan al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid.
Ontplofbare oorlogsresten, niet-gesprongen munitie en achtergelaten ontplofbare munitie.
Bestaande ontplofbare oorlogsresten, niet-gesprongen munitie en achtergelaten ontplofbare munitie die aanwezig was vóór de inwerkingtreding van dit Protocol ten aanzien van de Hoge Verdragsluitende Partij op wier grondgebied dit aanwezig is.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Protocol inzake ontplofbare oorlogsresten· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 12 november 2006