Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten

Onderdeel van Protocol inzake ontplofbare oorlogsresten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 12 november 2006

1. Elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict draagt de in dit artikel vervatte verantwoordelijkheden ten aanzien van alle ontplofbare oorlogsresten binnen het grondgebied dat onder haar gezag valt. In gevallen waarin een gebruiker van ontplofbare munitie die ontplofbare oorlogsresten is geworden, geen gezag uitoefent over het grondgebied, verstrekt waar haalbaar de gebruiker, na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden onder andere technische, financiële, materiële of personele bijstand, bilateraal of via een onderling overeengekomen derde partij, onder andere via organen van de Verenigde Naties of andere relevante organisaties, ter vergemakkelijking van het markeren en ruimen, verwijderen of vernietigen van deze ontplofbare oorlogsresten. 2. Na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden en zo snel als haalbaar, markeert en ruimt, verwijdert of vernietigt elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict de ontplofbare oorlogsresten in de getroffen gebieden die onder haar gezag staan. Aan gebieden die getroffen zijn door ontplofbare oorlogsresten die op grond van het derde lid van dit artikel worden beoordeeld als een ernstig humanitair gevaar opleverend, wordt prioriteit verleend op het gebied van ruiming, verwijdering of vernietiging. 3. Na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden en zo snel als haalbaar, neemt elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict in de getroffen gebieden die onder haar gezag staan, de volgende maatregelen teneinde de door de ontplofbare oorlogsresten gevormde risico's te beperken: het onderzoeken en beoordelen van het gevaar dat van de ontplofbare oorlogsresten uitgaat; het beoordelen en een prioriteit toekennen aan de behoefte en uitvoerbaarheid wat betreft markering en ruiming, verwijdering of vernietiging; het markeren en ruimen, verwijderen of vernietigen van ontplofbare oorlogsresten; het nemen van maatregelen voor het verkrijgen van middelen om deze activiteiten uit te voeren. 4. Bij de uitvoering van bovengenoemde activiteiten houden de Hoge Verdragsluitende Partijen en partijen bij een gewapend conflict rekening met internationale normen, waaronder de International Mine Action Standards. 5. Waar dienstig werken de Hoge Verdragsluitende Partijen, zowel onderling als met andere staten, relevante regionale en internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties, samen bij het verlenen van bijstand in de vorm van, onder andere, technische, financiële, materiële en personele middelen, waaronder, in daarvoor in aanmerking komende omstandigheden, het ondernemen van gezamenlijke operaties ter nakoming van de bepalingen van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel