**1.** Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, verleent bijstand ten behoeve van de markering en ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten, en ten behoeve van gevarenvoorlichting aan de burgerbevolking en daaraan gerelateerde activiteiten, onder meer via organen van de Verenigde Naties, of andere relevante internationale, regionale of nationale organisaties of instellingen, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, nationale afdelingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan of de internationale federatie hiervan, niet-gouvernementele organisaties, of op bilaterale basis.
**2.** Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, verleent bijstand voor de zorg en rehabilitatie en de sociale en economische reïntegratie van slachtoffers van ontplofbare oorlogsresten. Deze bijstand kan onder meer worden verleend via organen van de Verenigde Naties, of andere relevante internationale, regionale of nationale organisaties of instellingen, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, nationale afdelingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan of de internationale federatie hiervan, niet-gouvernementele organisaties, of op bilaterale basis.
**3.** Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, levert, ter vergemakkelijking van het verstrekken van bijstand ingevolge dit Protocol, een financiële bijdrage aan fondsen van de Verenigde Naties alsmede andere relevante fondsen.
**4.** Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft het recht deel te nemen aan een zo volledig mogelijke uitwisseling van apparatuur, materieel en wetenschappelijke en technologische informatie, anders dan wapengerelateerde technologie, benodigd voor de uitvoering van dit Protocol. De Hoge Verdragsluitende Partijen verplichten zich ertoe deze uitwisselingen in overeenstemming met de nationale wetgeving te vergemakkelijken en leggen geen onnodige beperkingen op ten aanzien van de verstrekking van ruimingsapparatuur en daaraan gerelateerde technologische informatie voor humanitaire doeleinden.
**5.** Elke Hoge Verdragsluitende Partij verbindt zich ertoe informatie te verstrekken ten behoeve van de relevante databanken inzake mijnactie die in het kader van de Verenigde Naties zijn ingesteld, in het bijzonder informatie betreffende diverse middelen en technieken voor het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, lijsten van deskundigen, gespecialiseerde instanties of nationale contactpunten inzake het ruimen van ontplofbare oorlogsresten en, op vrijwillige basis, technische informatie betreffende de relevante soorten ontplofbare munitie.
**6.** De Hoge Verdragsluitende Partijen kunnen verzoeken om bijstand, onderbouwd met relevante informatie, richten tot de Verenigde Naties, tot andere daarvoor in aanmerking komende instellingen of tot andere staten. Deze verzoeken kunnen worden ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze doorzendt naar alle Hoge Verdragsluitende Partijen en naar de bevoegde internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties.
**7.** Wanneer verzoeken tot de Verenigde Naties worden gericht, kan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, binnen de hem ter beschikking staande mogelijkheden, de passende maatregelen nemen om de situatie te beoordelen en, in samenwerking met de verzoekende Hoge Verdragsluitende Partij en met andere Hoge Verdragsluitende Partijen met verantwoordelijkheid als vervat in artikel 3, de passende verlening van bijstand aanbevelen. De Secretaris-Generaal kan tevens verslag uitbrengen aan de Hoge Verdragsluitende Partijen over elk van deze beoordelingen en over de aard en de omvang van de verzochte bijstand, met inbegrip van eventuele bijdragen uit de fondsen die in het kader van de Verenigde Naties zijn ingesteld.
Artikel 8
Samenwerking en bijstand
Onderdeel van Protocol inzake ontplofbare oorlogsresten· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 12 november 2006