Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 10

Ondertekening en inwerkingtreding

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2006

1. Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Staten die het Verdrag hebben ondertekend. Deze Staten kunnen hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking brengen door: ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. 2. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. 3. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vijf Staten in overeenstemming met de bepalingen van het eerste en tweede lid hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht, en pas nadat het Verdrag zelf in werking is getreden. 4. Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die later zijn instemming door dit Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop deze zijn instemming tot uitdrukking heeft gebracht door het Protocol te worden gebonden in overeenstemming met de bepalingen van het eerste en tweede lid. 5. Een ondertekenende Staat mag dit Protocol pas bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren wanneer hij gelijktijdig zijn instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, of dit reeds tot uitdrukking heeft gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel