Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 9

Verklaringen en voorbehouden

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2006

1. Indien een Partij een verklaring heeft afgelegd in overeenstemming met artikel 36 van het Verdrag, kan zij een soortgelijke verklaring afleggen ten aanzien van de artikelen 4 en 6 van dit Protocol op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. 2. Indien een Partij een voorbehoud heeft gemaakt in overeenstemming met artikel 37, eerste lid, van het Verdrag waarin de toepassing van de delicten van passieve omkoping zoals omschreven in artikel 5 van het Verdrag wordt beperkt, kan zij ten aanzien van de artikelen 4 en 6 van dit Protocol een soortgelijk voorbehoud maken op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Elk ander door een Partij gemaakt voorbehoud, in overeenstemming met artikel 37 van het Verdrag, is eveneens op dit Protocol van toepassing, tenzij die Partij anderszins verklaart op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. 3. Andere voorbehouden kunnen niet worden gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel