Naar hoofdinhoud
1. Beide Regeringen komen overeen dat de Pijpleiding gebruikt kan worden voor het transport van al het aardgas waarvoor contractuele afspraken voor de levering van transportdiensten zijn gemaakt. 2. Op voorwaarde dat de noodzakelijke capaciteit in de Pijpleiding aanwezig is, maakt elke Regering, overeenkomstig en met inachtneming van haar wetgeving, gebruik van de bevoegdheden waarover zij beschikt om bijstand te verlenen aan personen die gebruik wensen te maken van die capaciteit voor het transport van aardgas tegen billijke commerciële voorwaarden. Met inachtneming van alle voorwaarden betreffende de benutting van de capaciteit die van toepassing kunnen zijn op de Pijpleiding, doet het gebruik van dergelijke bevoegdheden geen afbreuk aan het doelmatig gebruik van de Pijpleiding voor het transport van hoeveelheden aardgas waarvoor contractuele afspraken voor de levering van transportdiensten zijn gemaakt waarop een ontheffing van de nationale regelgeving betreffende de toegang tot en het gebruik van aardgaspijpleidingen van toepassing is krachtens Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG. 3. De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen plegen met elkaar overleg om te waarborgen dat hun onderscheiden regelgevingskaders betreffende de toegang tot en het gebruik van de Pijpleiding verenigbaar zijn.

Rechtspraak bij dit artikel