**1.** De Pijpleiding wordt aangelegd en gebruikt overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en overeenkomstig en met inachtneming van de wetgeving van de Staat onder wiens rechtsmacht zij valt.
**2.** Beide Regeringen komen overeen dat elk gedeelte van de Pijpleiding dat is gelegen op het continentale plat dat behoort bij het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onder de rechtsmacht van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland valt en elk gedeelte van de Pijpleiding dat is gelegen op het continentale plat dat behoort bij het Koninkrijk der Nederlanden onder de rechtsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden valt.
**3.** Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat zij afbreuk doet aan de rechtsmacht die elke Staat krachtens internationaal recht uitoefent over het bij hem behorende continentale plat, of over enig ander maritiem gebied dat door een van beide Staten overeenkomstig internationaal recht is ingesteld.
**4.** Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat zij afbreuk doet aan of een beperking vormt voor de toepassing van de wetgeving van elk van beide Staten, of de uitoefening van rechtsmacht door hun rechters, overeenkomstig het internationale recht.
Artikel 2
Rechtsmacht
Deze tekst geldt sinds 30 maart 2006