Naar hoofdinhoud
1. Elke Regering heeft het recht, overeenkomstig haar eigen wetgeving, de veiligheidsmaatregelen vast te stellen die van toepassing zullen zijn op de aanleg en het gebruik van het gedeelte van de Pijpleiding dat onder haar rechtsmacht valt. 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel, plegen de bevoegde autoriteiten van beide Regeringen met elkaar overleg om te waarborgen dat ten aanzien van de Pijpleiding passende veiligheidsmaatregelen worden genomen en dat op de Pijpleiding met elkaar verenigbare veiligheidseisen van toepassing zijn. 3. De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen overleggen op gezette tijden met elkaar om de implementatie van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde veiligheidsmaatregelen te toetsen en te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten toegang tot alle noodzakelijke informatie hebben.

Rechtspraak bij dit artikel