**1.** Elke Regering verricht alle mogelijke inspanningen, overeenkomstig haar wetgeving en voor zover uitvoerbaar, om te waarborgen dat de aanleg en het gebruik van de Pijpleiding geen verontreiniging of schade veroorzaakt van respectievelijk aan het mariene of kustmilieu, het milieu op het vasteland of kwetsbare habitats of ecosystemen.
**2.** De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen plegen met elkaar overleg om te waarborgen dat ten aanzien van de Pijpleiding passende milieubeschermende maatregelen worden genomen en dat op de Pijpleiding met elkaar verenigbare milieueisen van toepassing zijn.
**3.** Elke Regering verricht alle mogelijke inspanningen, overeenkomstig haar wetgeving en voor zover uitvoerbaar, om te waarborgen dat de aanleg en het gebruik van de Pijpleiding geen schade veroorzaakt aan inrichtingen op het vasteland of buitengaats, voorzieningen, schepen of vistuig.
**4.** De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen plegen met elkaar overleg over de wijze waarop de bepalingen van dit artikel moeten worden toegepast, met inbegrip van de wijze van toepassing in noodgevallen.
Artikel 7
Bescherming van het milieu en schade
Deze tekst geldt sinds 30 maart 2006