Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Lidmaatschap van de Unie

Onderdeel van Verdrag inzake de oprichting van de Caraïbische Postunie, met Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Caraïbische Postunie· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2001

1. Het lidmaatschap van de Caraïbische Postunie staat open voor alle in de lijst opgenomen landen en grondgebieden. 2. Elk van deze landen of grondgebieden kan te allen tijde zijn toetreding tot dit Verdrag bekend maken door middel van een kennisgeving hiervan aan de Secretaris-Generaal van de Unie. Zij ondertekenen en bekrachtigen het Verdrag vervolgens bij de eerste gelegenheid daartoe. 3. Elk ander land kan, door middel van een aanvraag overeenkomstig het vierde lid van dit artikel, partij worden bij dit Verdrag onder de door de Conferentie vast te stellen voorwaarden en bedingen. 4. Aanvragen voor toelating als lid van de Unie dienen aan de Secretaris-Generaal van de Unie te worden gericht en vergezeld te gaan van een formele intentieverklaring waarin de verplichtingen van dit Verdrag worden aanvaard. 5. De Secretaris-Generaal van de Unie raadpleegt zo spoedig mogelijk alle leden over door hem ontvangen aanvragen voor lidmaatschap. Een land wordt als lid tot de Unie toegelaten indien zijn aanvraag voor toelating is goedgekeurd door tweederde van de leden van de Unie. Van de toelating wordt vervolgens door het Secretariaat van de Unie mededeling gedaan aan de leden van de Unie, en de toelating wordt van kracht op een door het nieuwe lid en de Secretaris-Generaal overeengekomen datum.

Rechtspraak bij dit artikel