Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Uitvoerende Raad

Onderdeel van Verdrag inzake de oprichting van de Caraïbische Postunie, met Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Caraïbische Postunie· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2001

1. Ter waarborging van de continuïteit van de werkzaamheden van de Unie en van het beheer van haar zaken gedurende de periode tussen de vergaderingen van de Conferentie, wordt een Uitvoerende Raad ingesteld met daarin vertegenwoordigers van zeven lidstaten, waaronder het gastheerland van de Conferentie. 2. De Uitvoerende Raad wordt door een Conferentie gekozen en vervult zijn functie tot de volgende gewone vergadering. 3. De Uitvoerende Raad komt jaarlijks eenmaal bijeen in het ingevolge artikel 3, achtste lid, aangewezen land of in een door de Raad aan te wijzen land van een ander lid. 4. Indien tweederde van de leden hiertoe besluit, kan een buitengewone vergadering van de Raad worden bijeengeroepen, of kan de jaarlijkse vergadering van de Raad worden geannuleerd. 5. Het voorzitterschap van de Raad komt van rechtswege toe aan het gastheerland van de voorgaande vergadering van de Conferentie. Indien dit land van de uitoefening van dat recht afziet, kiest de Uitvoerende Raad een ander land dat het voorzitterschap bekleedt tot de volgende Conferentie. 6. De taken van de Uitvoerende Raad zijn: het uitvoeren van de door de Conferentie aan hem opgedragen taken; het treffen van de nodige maatregelen voor de uitvoering van bepaalde door de Conferentie genomen principebesluiten; het overeenkomstig de door de Conferentie gegeven richtlijnen treffen van passende maatregelen voor de efficiënte werking van het Secretariaat; het samenwerken met daarvoor in aanmerking komende organisaties en lichamen bij de bevordering van technische samenwerking en in het bijzonder bij de uitvoering van regionale projecten; het goedkeuren van de begroting van de Unie, binnen de door de Conferentie vastgestelde grenzen; het vaststellen van de salarissen van de leden van het Secretariaat, ondergeschikt aan de Secretaris-Generaal; het creëren van tijdelijke functies binnen het Secretariaat, en het voor de volgende vergadering van de Conferentie doen van aanbevelingen met betrekking tot permanente functies binnen het Secretariaat; het zorgen voor een goede accountantscontrole van de rekeningen van de Unie. 7. De Raad is bevoegd comités en werkgroepen in te stellen en de werkmethoden te hanteren die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn taken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel