Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Europees Centrum voor weersvoorspellingen op middellange termijn· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 1975

1. De Raad beschikt over de bevoegdheid te doen wat voor de uitvoering van deze Overeenkomst noodzakelijk is en neemt de ter zake vereiste maatregelen. 2. De Raad bestaat uit ten hoogste twee Vertegenwoordigers van elke Lid-Staat, van wie er één een vertegenwoordiger van de nationale weerkundige dienst zou moeten zijn. Deze vertegenwoordigers kunnen tijdens de vergaderingen van de Raad worden bijgestaan door adviseurs. Een vertegenwoordiger van de Meteorologische Wereldorganisatie wordt uitgenodigd als waarnemer aan de werkzaamheden van de Raad deel te nemen. 3. Uit zijn leden kiest de Raad een Voorzitter en een Vice-Voorzitter voor een ambtstermijn van een jaar; zij kunnen niet meer dan tweemaal achtereen worden herkozen. 4. De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Hij wordt bijeengeroepen op verzoek van de Voorzitter of op verzoek van ten minste een derde der Lid-Staten. De vergaderingen van de Raad worden gehouden in de zetel van het Centrum, tenzij de Raad in uitzonderingsgevallen anders beslist. 5. Voor de uitvoering van hun mandaat kunnen de Voorzitter en de Vice-Voorzitter een beroep doen op de medewerking van de directeur. 6. De Raad kan comités van raadgevende aard oprichten en stelt de samenstelling en de taak daarvan vast.

Rechtspraak bij dit artikel