Naar hoofdinhoud

Artikel XI

Artikel XI

Onderdeel van Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 9 november 1992

1. Elke Partij beperkt haar brugleggende tanks, zodat 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna voor de groep van Partijen waartoe zij behoort het totale aantal brugleggende tanks in actieve eenheden binnen het toepassingsgebied niet groter is dan 740. 2. Alle brugleggende tanks binnen het toepassingsgebied boven het in het eerste lid van dit artikel genoemde aantal voor elke groep van Partijen worden geplaatst in aangewezen permanente opslagplaatsen als omschreven in artikel II. Wanneer brugleggende tanks in een aangewezen permanente opslagplaats worden geplaatst, hetzij afzonderlijk, hetzij te zamen met bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen, is zowel op de brugleggende tanks als op de bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen artikel X, eerste tot en met zesde lid, van toepassing. Brugleggende tanks die in aangewezen permanente opslagplaatsen zijn geplaatst, worden niet beschouwd als tanks in actieve eenheden. 3. Behoudens het bepaalde in het zesde lid van dit artikel mogen brugleggende tanks, met inachtneming van de bepalingen van het vierde en het vijfde lid van dit artikel, slechts uit aangewezen permanente opslagplaatsen worden verwijderd nadat zulks ten minste 42 dagen voor de verwijdering aan alle andere Partijen is bekendgemaakt. In deze bekendmaking worden vermeld: de ligging van de aangewezen permanente opslagplaatsen waaruit de brugleggende tanks worden verwijderd, alsmede de aantallen brugleggende tanks die uit elke plaats worden verwijderd; de data waarop de brugleggende tanks uit aangewezen permanente opslagplaatsen worden verwijderd en daarnaar teruggebracht; en het voorgenomen gebruik van de brugleggende tanks gedurende het tijdvak dat zij uit de aangewezen permanente opslagplaatsen zijn verwijderd. 4. Behoudens het bepaalde in het; zesde lid van dit artikel worden brugleggende tanks die uit aangewezen permanente opslagplaatsen zijn verwijderd uiterlijk 42 dagen na de feitelijke datum van verwijdering daarnaar teruggebracht. 5. Het totale aantal brugleggende tanks dat per groep van Partijen uit aangewezen permanente opslagplaatsen wordt verwijderd en daarbuiten verblijft, mag nimmer meer bedragen dan 50. 6. Partijen hebben het recht om ten behoeve van onderhoud of aanpassing hetzij maximaal 10 procent, naar boven afgerond op het eerstvolgende hele even getal, van: hun bekendgemaakte aantallen brugleggende tanks per aangewezen permanente opslagplaats, hetzij 10 brugleggende tanks per aangewezen permanente opslagplaats, naar gelang van welk aantal het kleinst is, gelijktijdig uit aangewezen permanente opslagplaatsen te verwijderen en daarbuiten te houden. 7. In geval van natuurrampen die een overstroming of schade.aan vaste bruggen met zich meebrengen, hebben Partijen het recht om brugleggende tanks te onttrekken aan aangewezen permanente opslagplaatsen. Op het tijdstip van onttrekking wordt zulks bekendgemaakt aan alle andere Partijen. Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141). Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).

Rechtspraak bij dit artikel