**1.** Bij een gezamenlijke personencontrole zijn de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat aan de volgende voorwaarden gebonden:
zij dienen tijdens de uitoefening van de personencontrole hun uniform te dragen en te allen tijde in staat te zijn hun officiële functie aan te tonen;
zij mogen tijdens de personencontrole hun dienstwapen dragen, voorzover de gaststaat hun daartoe een vergunning heeft verleend; het gebruik ervan is uitsluitend in geval van noodweer toegestaan;
zij zijn bevoegd tijdens de personencontrole een persoon aan te houden. Zij dienen de aangehouden persoon onmiddellijk voor te geleiden aan de plaatselijk bevoegde autoriteiten binnen het luchthavengebouw. Met het oog op die voorgeleiding mag uitsluitend een veiligheidsfouillering worden verricht en mogen tijdens diens overbrenging handboeien worden gebruikt; de door de aangehouden persoon meegevoerde voorwerpen mogen in bewaring worden genomen teneinde te worden overgedragen aan die plaatselijk bevoegde autoriteiten.
**2.** Tijdens de reis van de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat op het grondgebied van de gaststaat van en naar de zone is het bepaalde in het eerste lid, onder a en b, eveneens van toepassing.
**3.** De autoriteiten van de zendstaat verlenen desgevraagd medewerking aan nader onderzoek van de gaststaat op wier luchthaven door hun grensbewakingsambtenaren werd opgetreden.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake personencontrole op de luchthavens op Sint Maarten· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2007