Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„bevoegde autoriteit’’ het overheidsorgaan van elke Verdragsluitende Partij dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het voldoen door ondernemingen aan voorraadverplichtingen;
„voorraad’’ elke voorraad ruwe aardolie of aardolieproducten (met inbegrip van halffabrikaten en eindproducten) waarop de Richtlijn van toepassing is;
„voorraadverplichtingnoot vertaler: later wordt in de Engelse tekst „stockholding’’ obligation gebruikt’’ de totale hoeveelheid voorraad die uit hoofde van de nationale wetgeving dient te worden aangehouden;
„crisis in de voorziening’’ hetzelfde als in artikel 6, tweede lid, van de Richtlijn wordt verstaan;
„grondgebied’’ het binnen de Europese Unie gelegen grondgebied waarop elke Verdragsluitende Partij rechtsmacht uitoefent en wat betreft het Koninkrijk Denemarken met uitzondering van de Faeröer en Groenland;
„onderneming’’ een onderneming of instantie gevestigd op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die voorraden aanhoudt ten behoeve van het vergemakkelijken van de nakoming, door die onderneming of een derde, van de wetgeving inzake de verplichting tot het aanhouden van voorraden aardolieproducten van die of de andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Denemarken inzake het wederzijds aanhouden van voorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2007