Naar hoofdinhoud
1. Elke Lid-Staat verstrekt aan alle Lid-Staten die daarom verzoeken de individuele informatie die noodzakelijk is voor de vaststelling van de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek; de behandeling van het asielverzoek; de tenuitvoerlegging van alle uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. 2. Deze informatie heeft slechts betrekking op de persoonlijke gegevens van de asielzoeker en, in voorkomend geval, van zijn familieleden (naam, voornaam - eventueel vroegere naam -, bijnaam of pseudoniem, nationaliteit - huidige en vorige -, geboortedatum en -plaats); de identiteits- en reisdocumenten (nummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, instantie die het document heeft afgegeven, plaats van afgifte, enz.); andere gegevens die nodig zijn voor de identificatie van de asielzoeker; de verblijfplaatsen en reisroutes; de door een Lid-Staat afgegeven verblijfstitels of visa; de plaats waar het asielverzoek is ingediend; de datum waarop een eventueel vroeger asielverzoek is ingediend, de datum waarop het huidige verzoek is ingediend, de stand van de procedure en de strekking van de eventueel genomen beslissing. 3. Bovendien kan een Lid-Staat een andere Lid-Staat verzoeken hem de door de asielzoeker opgegeven redenen ter staving van zijn verzoek en, in voorkomend geval, de redenen van de jegens betrokkene genomen beslissing, mee te delen. De aangezochte Lid-Staat beoordeelt of hij aan het tot hem gerichte verzoek gevolg kan geven. In ieder geval is voor het doorgeven van deze inlichtingen de toestemming van de asielzoeker vereist. 4. Deze uitwisseling van informatie vindt plaats op verzoek van een Lid-Staat en mag slechts geschieden tussen de door iedere Lid-Staat daartoe aangewezen autoriteiten, waarvan kennisgeving is gedaan aan het Comité van artikel 18. 5. De uitgewisselde informatie mag slechts voor de in lid 1 genoemde doeleinden worden gebruikt. In elke Lid-Staat mag deze informatie slechts worden meegedeeld aan de autoriteiten en rechterlijke instanties die belast zijn met de vaststelling van de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek; de behandeling van het asielverzoek; de tenuitvoerlegging van alle uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. 6. De Lid-Staat die de gegevens meedeelt, is verplicht erop toe te zien dat deze juist en bijgewerkt zijn. Wanneer blijkt dat deze Lid-Staat onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens die niet meegedeeld hadden mogen worden, worden de ontvangende Lid-Staten daarvan onverwijld op de hoogte gebracht. Zij zijn verplicht deze informatie te corrigeren of te verwijderen. 7. Een asielzoeker heeft, op zijn verzoek, het recht van kennisneming omtrent de informatie die over hem is verstrekt, zolang die informatie beschikbaar is. Indien hij constateert dat deze informatie onjuist is of niet verstrekt had mogen worden, heeft hij het recht te eisen dat deze wordt gecorrigeerd of wordt verwijderd. Het bepaalde in lid 6 is van toepassing op de gecorrigeerde gegevens. 8. Elke betrokken Lid-Staat is verplicht de mededeling en de ontvangst van de uitgewisselde informatie schriftelijk vast te leggen. 9. De betrokken gegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor zij uitgewisseld zijn. De noodzaak van verdere bewaring van de gegevens wordt door de betrokken Lid-Staat op het geëigende moment beoordeeld. 10. In ieder geval dient de verstrekte informatie tenminste dezelfde bescherming te krijgen als die welke de ontvangende Staat verleent aan informatie van dezelfde aard. 11. Indien de gegevens niet automatisch, maar op een andere wijze verwerkt worden, moet elke Lid-Staat passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het bepaalde in dit artikel door middel van doeltreffende controlemiddelen wordt nageleefd. Indien een Lid-Staat over een dienst als bedoeld in punt 12 hieronder beschikt, kan hij deze dienst met deze controlerende taken belasten. 12. Wanneer een of meer Lid-Staten de verwerking van alle of van een gedeelte van de in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens willen automatiseren, is dit slechts toegestaan indien de betrokken landen wettelijke bepalingen betreffende deze verwerking hebben aangenomen waardoor uitvoering wordt gegeven aan de beginselen van het Verdrag van Straatsburg van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en zij een passende nationale instantie hebben aangewezen die belast is met de onafhankelijke controle op de verwerking en benutting van de uit hoofde van deze overeenkomst meegedeelde gegevens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel