Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verhouding tot de rechtsorde van de Gemeenschap

Onderdeel van Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien· Intellectuele eigendom

1. Geen bepaling van het onderhavige Akkoord kan worden ingeroepen om toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap te beletten. 2. Ten einde de eenheid van de rechtsorde van de Gemeenschap te waarborgen, verzoekt het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, dat is ingesteld bij het Geschillenprotocol, aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 177 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap wanneer het gevaar bestaat dat dit Akkoord wordt uitgelegd op een wijze die niet met dat Verdrag strookt. 3. Wanneer een Lid-Staat of de Commissie van de Europese Gemeenschappen van mening is dat een beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep die een daar aanhangige procedure afsluit, niet overeenstemt met het in de vorige leden neergelegde beginsel, kan die Lid-Staat of de Commissie het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een beslissing verzoeken. De beslissing van het Hof van Justitie naar aanleiding van een zodanig verzoek tast de beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep die tot dit verzoek heeft geleid, niet aan. De griffier van het Hof van Justitie stelt de Lid-Staten, de Raad en indien een Lid-Staat het verzoek heeft gedaan, de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het verzoek in kennis; zij hebben dan het recht binnen twee maanden na de kennisgeving bij het Hof memorin of schriftelijke opmerkingen in te dienen. Voor de in dit lid bedoelde procedure worden geen kosten of uitgaven vereist of terugbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel