De Belgische Minister die het Bestuur der Waterwegen onder zijn bevoegdheid heeft en de Nederlandse Minister belast met de zaken van de Waterstaat stellen in onderling overleg de bijzonderheden vast met betrekking tot het ontwerp en de uitvoering van de in de artikelen 1, eerste lid, en 2 bedoelde werken. Zij kunnen, indien zulks noodzakelijk of wenselijk blijkt, deze werken aanvullen of wijzigen.
Titel I
Artikel 3
Artikel 3
Deze tekst geldt sinds 1 november 1988