**1.** Met inachtneming van het tweede lid, is het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 10 van het op 20 juni 1960 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden (hierna verder te noemen „het Verdrag”), van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding en de uitvoering van de in de artikelen 1, eerste lid, en 2 bedoelde werken.
**2.** Artikel 6 van het Verdrag wordt als volgt gelezen:
De levering van materialen en de uitvoering van werken worden na openbare aanbesteding opgedragen in gemeenschappelijk akkoord tussen de genoemde Belgische en Nederlandse Minister en volgens de in Nederland gebruikelijke regelen. De aanbestedingen worden in beide landen aangekondigd volgens de aldaar gebruikelijke regelen.
In gevallen waarin een openbare aanbesteding niet mogelijk of niet wenselijk is, kan in overleg tussen de genoemde hoofdambtenaren worden besloten met inachtneming van de daarvoor geldende regelen, op andere wijze in de opdracht tot de levering van materialen en de uitvoering van werken te voorzien. De keuze der uit te nodigen leveranciers dan wel aannemers alsmede de gunning van de opdracht behoeft de instemming van genoemde hoofdambtenaren.
Ingeval het leveringen of werken betreft waarvan de raming een bedrag van 350 000 gulden overschrijdt, wordt een besluit als in lid 2 bedoeld niet genomen dan met instemming van de genoemde Ministers.”
Titel II
Artikel 4
Artikel 4
Deze tekst geldt sinds 1 november 1988