**4.1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een diplomatieke nota aan de andere Overeenkomstsluitende Partij één of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
**4.2.** Na ontvangst van deze aanwijzing verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens het bepaalde in lid 4.3 en lid 4.4 van dit artikel, onverwijld de nodige exploitatievergunningen aan een overeenkomstig het bepaalde in lid 4.1 van dit artikel aangewezen luchtvaartmaatschappij.
**4.3.** De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen, tot hun genoegen aan te tonen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de wetten en voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.
**4.4.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in lid 4.2 van dit artikel bedoelde exploitatievergunningen te weigeren of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 3 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op, deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, of bij beide.
**4.5.** Indien een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar aldus een vergunning is verleend, kan zij op elk tijdstip de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, exploiteren, mits een overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze diensten van kracht is.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
30 november 2007 zal, wanneer in deze overeenkomst, met bijlage,
wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der
Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen
van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/87). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
30 november 2007 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 30 november 2007 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van lid 4.2 en 4.4 (Trb. 2019/87).
Artikel 4
Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten ten behoeve van de instelling van luchtdiensten tussen en buiten hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 december 1992