Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Intrekking of schorsing van exploitatievergunningen

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten ten behoeve van de instelling van luchtdiensten tussen en buiten hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 december 1992

5.1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de krachtens deze Overeenkomst verleende rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te schorsen, of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van deze rechten: in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij haar onderdanen; of ingeval deze luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft te voldoen aan de wetten of voorschriften die gewoonlijk op de burgerluchtvaart worden toegepast door de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten heeft verleend; of ingeval deze luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te voeren in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden. 5.2. Tenzij onmiddellijke intrekking, schorsing of oplegging van de in lid 5.1 van dit artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is om verdere overtredingen van de wetten of voorschriften of van de bepalingen van deze Overeenkomst te voorkomen, wordt dit recht slechts uitgeoefend na overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 30 november 2007 zal, wanneer in deze overeenkomst, met bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/87). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 30 november 2007 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 30 november 2007 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van lid 5.1.1 (Trb. 2019/87).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel