Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Beginselen met betrekking tot de exploitatie van overeengekomen diensten

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten ten behoeve van de instelling van luchtdiensten tussen en buiten hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 december 1992

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren. Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houden de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, teneinde te voorkomen dat de diensten die de laatstgenoemde maatschappijen op dezelfde route of delen daarvan onderhouden, op onredelijke wijze worden getroffen. De overeengekomen diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen worden onderhouden, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften van het publiek op de omschreven routes en hebben in de eerste plaats ten doel het bij een redelijke beladingsgraad verschaffen van voldoende capaciteit voor de huidige en de redelijkerwijs te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, naar en van dit grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen. Het verschaffen van de gelegenheid tot vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, zowel opgenomen als afgezet op punten op de omschreven routes op het grondgebied van andere Staten dan de Staat die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, geschiedt in overeenstemming met de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op: de behoefte aan vervoer naar en vanuit het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen; de vervoersbehoeften van het gebied via hetwelk de overeengekomen dienst plaatsvindt, nadat rekening is gehouden met de andere vervoersdiensten die zijn ingesteld door de luchtvaartmaatschappijen van de Staten die te zamen dit gebied vormen; en de eisen die de exploitatie van luchtlijnen voor doorgaand verkeer stelt. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 30 november 2007 zal, wanneer in deze overeenkomst, met bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2019/87).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel