Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzing

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Guinee inzake luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 15 juni 1992

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht om schriftelijk aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes. 2. Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij onverwijld, onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst, aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunningen. 3. De luchtvaartautoriteiten van één van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die op het gebied van de exploitatie van de internationale luchtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel