Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vrijstelling van douanerechten

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Guinee inzake luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 15 juni 1992

1. De luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij waarmee een internationale dienst wordt uitgevoerd alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden, (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd. 2. Met uitzondering van de heffingen en belastingen die behoren bij de luchtdiensten, worden van bovenbedoelde rechten en belastingen tevens vrijgesteld: Boordvoorraden van iedere oorsprong die op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, binnen de door de autoriteiten van bedoelde Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde grenzen, aan boord zijn genomen van de een internationale dienst uitvoerende luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij; Reserve-onderdelen die op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn ingevoerd voor het onderhoud of de reparatie van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij waarmee een internationale dienst wordt uitgevoerd; Motorbrandstoffen en smeermiddelen bestemd voor de bevoorrading van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij waarmee een internationale dienst wordt uitgevoerd, zelfs wanneer deze voorraden moeten worden gebruikt op het trajectgedeelte dat wordt afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze aan boord zijn genomen. 3. De normale boorduitrusting alsmede het materiaal en de voorraden die zich bevinden aan boord van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dat geval kunnen zij onder toezicht van bedoelde autoriteiten worden verplaatst totdat zij weer worden uitgevoerd of totdat hiervoor een douaneverklaring is opgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel