**A.** Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht, in een schriftelijke mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
**B.** Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd het bepaalde in de leden C en D van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.
**C.** De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te hunnen genoegen aantoont te voldoen aan de eisen voor de exploitatie van internationale luchtdiensten, gesteld bij de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze door deze autoriteiten worden toegepast, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.
**D.** Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht de in lid B van dit artikel bedoelde exploitatievergunningen niet te verlenen, of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van het in artikel 2 omschreven recht door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, wanneer niet ten genoegen van genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.
**E.** Onverminderd het bepaalde in lid C van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij aan wie de vergunning is verleend, op elk gewenst tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten waarvoor zij is aangewezen, mits met betrekking tot deze diensten een overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.
**F.** Ten minste 45 dagen voor de aanvang van de exploitatie van een overeengekomen luchtdienst stelt de aangewezen luchtvaartmaatschappij de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis van de frequentie, de dienstregeling en het type luchtvaartuig. Hetzelfde geldt voor latere wijzigingen.
Artikel 3
Aanwijzing en vergunning
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 24 juni 1985