Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Toepassing van wetten

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 24 juni 1985

A. De wetten, voorschriften en procedures van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen in of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen het bedoelde grondgebied. B. De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine worden nageleefd door of namens de bemanningen, passagiers, vracht en post bij het binnenkomen op, of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij. C. Passagiers, bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en die niet het voor dit doel gereserveerde gedeelte van de luchthaven verlaten, zijn, behalve ten aanzien van veiligheidsmaatregelen tegen geweld en vliegtuigkaping, onderworpen aan niet meer dan een vereenvoudigde controle. Bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Rechtspraak bij dit artikel