**A.** Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog van kracht zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van luchtdiensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de op grond van het Verdrag gestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan haar onderdanen zijn uitgereikt, te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.
**B.** Indien de voorrechten of voorwaarden, verbonden aan de in lid A van dit artikel genoemde vergunningen of bewijzen die door de luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij zijn uitgereikt aan een persoon of een luchtvaartuig, een afwijking van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen mochten toestaan en indien deze afwijking is geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaarorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg met de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, ten einde zich ervan te vergewissen of het desbetreffende gebruik voor hen aanvaardbaar is. Indien geen bevredigende overeenstemming bereikt wordt inzake deze aangelegenheden de vliegveiligheid betreffende, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.
Artikel 7
Uitreiking van bewijzen en vergunningen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 24 juni 1985