**1.** De luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, alsmede hun normale uitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.
**2.** Van deze rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van rechten of heffingen voor bewezen luchtdiensten:
alle soorten boordproviand, opgenomen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij binnen de grenzen als vastgesteld door de autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij en aan boord genomen van luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die een internationale dienst verzorgen;
de reserveonderdelen ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het onderhoud of het herstellen van de luchtvaartuigen gebruikt in het internationale luchtverkeer van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij;
de motorbrandstoffen en smeermiddelen bestemd voor de bevoorrading van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij in het internationale verkeer gebruikte luchtvaartuigen, zelfs indien deze voorraden moeten worden gebruikt op het traject uitgevoerd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze voorraden aan boord zijn genomen;
het reclamemateriaal en drukwerk dat gratis wordt verspreid door de aangewezen maatschappijen.
**3.** De normale boorduitrusting, alsmede de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.
Ingevolge artikel 1, vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16 e.v.) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst wordt verwezen naar de vervoerder of de luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Togo, dit verstaan als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Togo aangeduide vervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/137). De bepalingen van artikel 5, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16 e.v.) vormen vanaf 21 februari 2011 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/137).
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Togolese Republiek betreffende de luchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 12 april 1983