De bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen die zijn verleend of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend ten dienste van de exploitatie van de luchtroutes vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid en vergunningen niet als geldig te erkennen.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16 e.v.) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst wordt verwezen naar de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en wanneer in de tekst wordt verwezen naar de onderdanen van de Republiek Togo, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de West-Afrikaanse economische en monetaire Unie (Trb. 2012/137).
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Togolese Republiek betreffende de luchtvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 12 april 1983