**1.** De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enige andere bepaling van deze Overeenkomst.
**2.** Een onderneming van een van de Staten die in de andere Staat buitengaats werkzaamheden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de in die andere Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, wordt, onder voorbehoud van het derde en vijfde lid van dit artikel, geacht ter zake van die werkzaamheden in die andere Staat een bedrijf uit te oefenen door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting.
**3.** De bepalingen van het tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de aldaar bedoelde werkzaamheden in de andere Staat worden verricht gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 30 dagen niet te boven gaan. Voor de toepassing van dit lid:
wordt een onderneming die in de andere Staat werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid van dit artikel en die is gelieerd aan een andere onderneming die aldaar in wezen gelijksoortige werkzaamheden verricht, geacht al die werkzaamheden van de laatstbedoelde onderneming te verrichten, behoudens in zoverre die werkzaamheden tegelijkertijd met haar eigen werkzaamheden worden verricht;
wordt een onderneming geacht gelieerd te zijn aan een andere onderneming indien de een onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van de ander of indien dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van beide ondernemingen.
**4.** Een inwoner van een van de Staten die, in het kader van een vrij beroep of van andere werkzaamheden van zelfstandige aard, in de andere Staat buitengaats werkzaamheden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de in die andere Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, wordt geacht deze werkzaamheden te verrichten vanuit een vast middelpunt in de andere Staat. Dit lid is echter niet van toepassing indien werkzaamheden in de andere Staat worden verricht gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 30 dagen niet te boven gaan.
**5.** Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats, of tussen plaatsen, in een van de Staten waar werkzaamheden worden verricht in verband met dé exploratie of exploitatie van de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, of uit de exploitatie van sleepboten en andere schepen die bij zulke werkzaamheden behulpzaam zijn, zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.
**6.** Onder voorbehoud van onderdeel b van dit lid mogen salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking in verband met de exploratie of exploitatie van de in de andere Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, in zoverre de dienstbetrekking in die andere Staat buitengaats wordt uitgeoefend, in die andere Staat worden belast mits de dienstbetrekking buitengaats wordt uitgeoefend gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 30 dagen te boven gaan;
Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat betrokken is bij het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats, of tussen plaatsen, in een van de Staten waar werkzaamheden worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, of ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een sleepboot of andere schepen die bij zulke werkzaamheden behulpzaam zijn, zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de werknemer inwoner is.
**7.** Voordelen, verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van rechten op goederen die worden voortgebracht met de exploratie of exploitatie van de in de andere Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen, waaronder begrepen rechten terzake van belangen bij die goederen of de voordelen daaruit of uit de vervreemding van aandelen die hun waarde geheel of grotendeels, onmiddellijk of middellijk aan deze rechten ontlenen, mogen in die andere Staat worden belast.
**8.** Voor de bestanddelen van het inkomen die volgens het tweede, vierde en zevende lid van dit artikel in Nederland mogen worden belast, verleent Noorwegen een aftrek van zijn belasting die zal worden berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in artikel 23, tweede lid, onderdeel b.
**9.** Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Nederland belasting is betaald over de bestanddelen van het inkomen die volgens het zesde lid, onderdeel a, van dit artikel in Nederland mogen worden belast, past Noorwegen de regels toe die zijn neergelegd in artikel 23, tweede lid, onderdeel a.
**10.** Voor de bestanddelen van het inkomen die volgens het tweede, vierde en zevende lid van dit artikel in Noorwegen mogen worden belast, verleent Nederland een aftrek van zijn belasting die zal worden berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in artikel 23, derde lid, onderdeel b.
**11.** Indien aan de hand van bewijsstukken wordt aangetoond dat in Noorwegen belasting is betaald over de bestanddelen van het inkomen die volgens het zesde lid, onderdeel a, van dit artikel in Noorwegen mogen worden belast, verleent Nederland een vermindering van zijn belasting die zal worden berekend overeenkomstig de regels die zijn neergelegd in artikel 23, derde lid, onderdeel a.
HOOFDSTUK VI
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 1990