Naar hoofdinhoud

Artikel VII

Toepassing van wetten en voorschriften

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zimbabwe inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 18 februari 1999

1. De wetten, voorschriften en procedures van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek vanaf haar grondgebied van bij de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen dienen door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen in, het verlaten van, alsmede tijdens het verblijf op het bedoelde grondgebied. 2. De wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen betreffende binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine worden nageleefd door of namens de bemanning, passagiers, vracht en post, bij het binnenkomen in, het verlaten van, alsmede tijdens het verblijf op het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij. 3. Passagiers, bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en die niet het voor dit doel gereserveerde gedeelte van de luchthaven verlaten, zijn, behalve ten aanzien van veiligheidsmaatregelen tegen geweld en vliegtuigkaping, onderworpen aan niet meer dan een eenvoudige controle. Bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Rechtspraak bij dit artikel