Naar hoofdinhoud

Artikel VIII

Erkenning van vergunningen en bewijzen

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zimbabwe inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 18 februari 1999

1. Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog van kracht zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de opgrond van het Verdrag gestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan haar onderdanen zijn uitgereikt, te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied. 2. Indien de voorrechten of voorwaarden van de in het eerste lid hierboven bedoelde vergunningen of bewijzen, uitgereikt door de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij aan een persoon of voor een luchtvaartuig, een afwijking mochten toestaan van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen, welke afwijking is geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg met de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij ten einde zich ervan te overtuigen of het gebruik in kwestie voor hen aanvaardbaar is. Het niet bereiken van een bevredigende overeenstemming omtrent deze aangelegenheden betreffende de veiligheid van de luchtvaart vormt aanleiding voor de toepassing van artikel V van deze Overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel