De aangezochte Partij kan weigeren om gehoor te geven aan het verzoek om bijstand of om de door haar verzamelde gegevens te verstrekken, indien:
het verzoek niet strookt met dit Verdrag;
het verstrekken van de gegevens een schending zou kunnen inhouden van de soevereiniteit, de veiligheid, de wezenlijke belangen of de openbare orde (ordre public) van de aangezochte Partij;
de ongeoorloofde feiten waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben of de voor zodanige feiten voorziene sancties verjaard zijn krachtens de wet van de verzoekende dan wel van de aangezochte Partij;
de gevraagde gegevens betrekking hebben op kwesties die zich hebben voorgedaan vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de verzoekende of de aangezochte Partij.
reeds procedures zijn aangespannen voor de autoriteiten in de aangezochte Partij wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen, of indien deze personen wegens dezelfde feiten door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij definitief zijn berecht;
de autoriteiten van de aangezochte Partij hebben besloten met betrekking tot dezelfde feiten geen procedures aan te spannen danwel deze te beëindigen.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag inzake handel met voorkennis· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1994