Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag inzake handel met voorkennis· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 1994

1. De verzoekende autoriteit mag de aan haar verstrekte gegevens niet voor andere dan in haar verzoek genoemde doeleinden gebruiken. 2. De aangezochte autoriteit kan weigeren de gevraagde gegevens te verstrekken of kan zich na verstrekking ervan verzetten tegen het gebruik ervan voor de in het verzoek genoemde doeleinden, dan wel bepaalde voorwaarden daaraan verbinden, tenzij: de feiten binnen de werkingssfeer van artikel 1 vallen en de genoemde doeleinden in overeenstemming zijn met de in artikel 2 omschreven doelstellingen en de feiten in beide Staten ongeoorloofd zijn volgens de in die Staten geldende voorschriften. 3. Indien de verzoekende autoriteit de verstrekte gegevens wenst te gebruiken voor andere dan de in het aanvankelijke verzoek genoemde doeleinden, moet zij de aangezochte autoriteit daarvan vooraf in kennis stellen. Deze kan weigeren met zodanig gebruik in te stemmen tenzij wordt voldaan aan de hierboven in het tweede lid gestelde voorwaarden. 4. De verstrekte gegevens mogen uitsluitend voor een strafrechter worden gebruikt in gevallen waarin zij zouden kunnen zijn verkregen volgens de bepalingen van Hoofdstuk III. 5. Geen enkele autoriteit van de verzoekende Partij mag deze gegevens gebruiken of doorgeven voor belasting- of douanedoeleinden of ten behoeve van toezicht op de naleving van deviezenwetten tenzij anderszins is bepaald in een verklaring van de aangezochte Partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel