Naar hoofdinhoud
1. Ingeval van een positief antwoord op het verzoek om of overname, worden de voor terugkeer noodzakelijke reisdocumenten overeenkomstig artikels 2, lid (2), 3, lid (3), 4, lid (2) en 5, lid (4), van de Overeenkomst, onverwijld op naam van de over te dragen persoon gesteld en door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij overhandigd. 2. Op grond van artikel 2, lid (2), artikel 3, lid (3), artikel 4, lid (2) en artikel 5, lid (4), van de Overeenkomst, wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen 14 kalenderdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe kan verstrekken, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die Partijen voor dit doel zullen gebruiken zijn als Bijlage 3 en 4 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel