Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, via de diplomatieke vertegenwoordiging, per telefax of via elektronische weg, minimaal drie werkdagen vóór de geplande overdracht in kennis van haar voornemen daartoe over te gaan. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als Bijlage 1 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. 2. Indien de verzoekende Partij in de onmogelijkheid verkeert de over te nemen persoon binnen de in artikel 10, lid (3), van de Overeenkomst genoemde termijn van drie maanden over te dragen stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, via de diplomatieke vertegenwoordiging, daarvan onverwijld in kennis. Zodra de effectieve overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de aangezochte Partij daarvan in kennis, overeenkomstig de in lid 1 van dit artikel, bedoelde procedure en termijnen. 3. Ook al wordt geen enkele wijze van vervoer uitgesloten, overeenkomstig artikel 11, lid (2), van de Overeenkomst, toch geschiedt de overdracht in beginsel door de lucht. Indien medische redenen vervoer over de weg of over zee rechtvaardigen, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het in lid (1), van dit artikel, bedoelde formulier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel