Naar hoofdinhoud
1.. De verzoeken tot overbrenging en de antwoorden daarop geschieden schriftelijk. 2.. De verzoeken worden door het ministerie van Justitie van de verzoekende Staat aan het ministerie van Justitie van de aangezochte Staat gericht. De beantwoording van de verzoeken, alsmede alle met de verzoeken verband houdende correspondentie tussen beide Staten, vindt eveneens plaats door de ministeries van Justitie.

Rechtspraak bij dit artikel