Naar hoofdinhoud
1.. De Staat van tenuitvoerlegging verstrekt de Staat van veroordeling op diens verzoek: een document of verklaring dat de gevonniste persoon een onderdaan is van die Staat; een afschrift van het toepasselijke recht van de Staat van tenuitvoerlegging waaruit blijkt dat het handelen of het nalaten, op grond waarvan de veroordeling in de Staat van veroordeling werd uitgesproken, naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging een strafbaar feit oplevert of een strafbaar feit zou opleveren indien gepleegd op zijn grondgebied. 2.. Indien een overbrenging wordt verzocht, worden door de Staat van veroordeling de navolgende stukken aan de Staat van tenuitvoerlegging verstrekt, tenzij een van beide Staten reeds heeft aangegeven dat hij niet met de overbrenging zal instemmen; een gewaarmerkt afschrift van het vonnis en de wettelijke bepalingen die daaraan ten grondslag liggen; een opgave van het reeds ondergane gedeelte van een veroordeling, daaronder begrepen inlichtingen omtrent enige voorlopige hechtenis, strafvermindering en elke andere voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling ter zake dienende omstandigheid; een document, in welke vorm dan ook, waaruit de uitdrukkelijke instemming van de gevonniste persoon blijkt; waar nodig, een medisch of sociaal rapport omtrent de gevonniste persoon, inlichtingen betreffende zijn behandeling in de Staat van veroordeling en elke aanbeveling ten aanzien van zijn verdere behandeling in de Staat van tenuitvoerlegging. 3.. Elk van de beide Staten kan verzoeken in het bezit te worden gesteld van een van de in het eerste of tweede lid hierboven bedoelde stukken alvorens een verzoek tot overbrenging te doen of een beslissing te nemen of hij al dan niet met de overbrenging zal instemmen.

Rechtspraak bij dit artikel