Naar hoofdinhoud

DEEL ZESDE

Artikel 36

Voorlopige en beschermende maatregelen

Onderdeel van Protocol inzake een eventuele wijziging van de voorwaarden voor de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien· Intellectuele eigendom

1. Aan de rechterlijke instanties, met inbegrip van Gemeenschapsoctrooirechtbanken, van een Verdragsluitende Staat kunnen voor een Gemeenschapsoctrooi dezelfde voorlopige of beschermende maatregelen worden gevraagd als het recht van die Staat kent voor nationale octrooien, zelfs indien een Gemeenschapsoctrooirechtbank van een andere Verdragsluitende Staat krachtens dit Protocol bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen. 2. Een krachtens artikel 14, eerste, tweede, derde of vierde lid, bevoegde Gemeenschapsoctrooirechtbank is bevoegd voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen die, onverminderd de vereiste procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging overeenkomstig Titel III van het Bevoegdheids- en Executieverdrag, van kracht zijn op het grondgebied van elke Verdragsluitende Staat. Geen enkele andere rechterlijke instantie heeft deze bevoegdheid. 3. Het Gemeenschappelijk Hof van Beroep is niet bevoegd voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen en bij het Gemeenschappelijk Hof van Beroep staat tegen een beslissing waarbij zulke maatregelen worden bevolen, geen beroep open.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel