Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 11

Werkwijzen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

1. De Bank verricht haar werkzaamheden ter bevordering van haar doel en de uitvoering van haar taken als vervat in de artikelen 1 en 2 van deze Overeenkomst op de volgende wijze(n): door het verstrekken, of te zamen met multilaterale organisaties, handelsbanken en andere belanghebbende bronnen medefinancieren van of deelnemen in leningen aan ondernemingen in de particuliere sector, leningen aan staatsbedrijven die concurrerend werken en geleidelijk deelnemen aan de markteconomie, en leningen aan staatsbedrijven ter vergemakkelijking van hun overgang naar particuliere eigendom en leiding, in het bijzonder ter vergemakkelijking of vergroting van de deelneming van particulier en/of buitenlands kapitaal in dergelijke ondernemingen; door het beleggen in het aandelenkapitaal van ondernemingen in de particuliere sector; door het beleggen in het aandelenkapitaal van staatsbedrijven die concurrerend werken en geleidelijk deelnemen aan de markteconomie, en het beleggen in het aandelenkapitaal van staatsbedrijven ter vergemakkelijking van hun overgang naar particuliere eigendom en leiding, in het bijzonder ter vergemakkelijking of vergroting van de deelneming van particulier en/of buitenlands kapitaal in dergelijke ondernemingen, en door het garanderen, wanneer andere wijzen van financiering niet geschikt zijn, van emissies door ondernemingen in de particuliere sector alsook door staatsbedrijven als bedoeld onder letter b hierboven voor de onder die letter genoemde doeleinden; door het vergemakkelijken van de toegang tot de nationale en de internationale kapitaalmarkt van ondernemingen in de particuliere sector of andere in dit lid onder punt i bedoelde ondernemingen voor de onder dat punt genoemde doeleinden, door middel van het geven van garanties, wanneer andere wijzen van financiering niet geschikt zijn, en door middel van financieel advies en andere vormen van bijstand; door het aanwenden van middelen van de Bijzondere Fondsen in overeenstemming met de overeenkomsten waarin het gebruik daarvan wordt bepaald; en door het verstrekken van of deelnemen in leningen en het verlenen van technische bijstand ten behoeve van het herstel of de ontwikkeling van de infrastructuur, met inbegrip van milieuprogramma's, nodig voor de ontwikkeling van de particuliere sector en de overgang naar een markteconomie. Voor de toepassing van dit lid wordt een staatsbedrijf niet geacht concurrerend te werken als het niet zelfstandig werkt in een concurrerend marktklimaat en als het niet is onderworpen aan de faillissementswetgeving. 2. De Raad van Bewind beoordeelt ten minste eenmaal per jaar de werkzaamheden en het leenbeleid van de Bank in elk ontvangend land ten einde te verzekeren dat deze in alle opzichten overeenstemmen met het doel en de taken van de Bank, als vervat in de artikelen 1 en 2 van deze Overeenkomst. Een besluit ingevolge een zodanige beoordeling wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de Bewindvoerders die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen. Bedoelde beoordeling heeft onder andere betrekking op de vooruitgang die elk ontvangend land heeft geboekt wat de decentralisering, demonopolisering en privatisering betreft, alsmede het relatieve aandeel van leningen van de Bank aan particuliere ondernemingen, staatsbedrijven die verkeren in het overgangsproces naar deelneming aan de markteconomie of privatisering, ten behoeve van de infrastructuur, technische bijstand en andere doeleinden. 3. Ten hoogste veertig (40) procent van het totale bedrag dat de Bank toewijst in de vorm van leningen, garanties en beleggingen in aandelen wordt, zonder afbreuk te doen aan haar overige in dit artikel genoemde werkzaamheden, verstrekt aan de staatssector. Bedoeld maximum percentage geldt aanvankelijk voor een tijdvak van twee (2) jaar vanaf de datum waarop de Bank haar werkzaamheden aanvangt, de jaren te zamen gerekend, en daarna ten aanzien van elk volgend boekjaar. Per land wordt ten hoogste veertig (40) procent van het totale bedrag dat de Bank toewijst in de vorm van leningen, garanties en beleggingen in aandelen in een tijdvak van vijf (5) jaar, de jaren te zamen gerekend, en zonder afbreuk te doen aan de overige in dit artikel genoemde werkzaamheden van de Bank, verstrekt aan de staatssector. Voor de toepassing van dit lid: wordt onder staatssector mede verstaan nationale en plaatselijke overheden, hun instellingen, alsook ondernemingen die een hunner in eigendom heeft of leidt; wordt een lening of garantie aan, of een belegging in aandelen van, een staatsbedrijf dat een programma uitvoert dat streeft naar particuliere eigendom en leiding, niet geacht te zijn verstrekt, gegeven dan wel gedaan ten behoeve van de staatssector; leningen aan een bemiddelende financiële instelling, bedoeld voor doorlening aan de particuliere sector, worden niet geacht te zijn verstrekt aan de staatssector.

Rechtspraak bij dit artikel