Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 12

Beperkingen ten aanzien van gewone werkzaamheden

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

1. Het totale uitstaande bedrag aan leningen, beleggingen in aandelen en garanties die door de Bank zijn verstrekt, gedaan dan wel gegeven in het kader van haar gewone werkzaamheden mag nimmer worden verhoogd, indien door de verhoging het totale bedrag van haar onaangetaste geplaatste kapitaal, waarbij de reserves en de winst zijn begrepen in haar gewone kapitaalmiddelen, zou worden overschreden. 2. Het met belegging in aandelen gemoeide bedrag mag gewoonlijk een bepaald percentage van het aandelenkapitaal van de desbetreffende onderneming, ter beoordeling van de Raad van Bewind volgens een algemene regel, niet te boven gaan. De Bank tracht niet door een dergelijke belegging een meerderheidsbelang te verkrijgen in de desbetreffende onderneming en oefent geen zeggenschap uit en aanvaardt geen rechtstreekse verantwoordelijkheid voor het beheer van een onderneming waarin zij heeft belegd, tenzij in geval van een feitelijk of dreigend in gebreke blijven ten aanzien van haar belegging, feitelijke of dreigende insolventie van de onderneming waarin de belegging is gedaan of in andere situaties die naar het oordeel van de Bank de belegging dreigen te schaden, in welk geval de Bank de maatregelen kan nemen en de rechten kan uitoefenen die zij noodzakelijk acht ter bescherming van haar belangen. 3. Het bedrag dat is gemoeid met beleggingen van de Bank in aandelen mag nimmer een bedrag te boven gaan dat overeenkomt met het totaal van het onaangetaste volgestorte kapitaal, de winst en de algemene reserve. 4. De Bank geeft geen garanties voor exportkredieten en verricht geen verzekeringsactiviteiten.

Rechtspraak bij dit artikel