Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 13

Beginselen die bij de werkzaamheden in acht dienen te worden genomen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

De Bank laat zich bij de verrichting van haar werkzaamheden leiden door de volgende beginselen: de Bank laat zich bij haar werkzaamheden leiden door beginselen van gezond bankbeleid. de werkzaamheden van de Bank bestaan in het financieren van specifieke projecten, hetzij afzonderlijk, hetzij in het kader van specifieke investeringsprogramma's, en het verlenen van technische bijstand, bestemd ter verwezenlijking van haar doel en ter verrichting van haar taken als vervat in de artikelen 1 en 2 van deze Overeenkomst; de Bank financiert geen ondernemingen op het grondgebied van een lid, indien dat lid tegen de financiering bezwaar maakt; de Bank staat niet toe dat een onevenredig bedrag van haar middelen wordt gebruikt ten gunste van een bepaald lid; de Bank tracht een verantwoorde spreiding in al haar investeringen te handhaven; alvorens een lening, garantie of belegging in aandelen wordt toegestaan, dient de aanvrager een behoorlijk gefundeerd voorstel te hebben ingediend en dient de President van de Bank aan de Raad van Bewind een schriftelijk rapport betreffende het voorstel te hebben voorgelegd te zamen met zijn aanbevelingen, op basis van een door het personeel van de Bank verricht onderzoek; de Bank gaat geen financiering aan en verschaft geen faciliteiten wanneer de aanvrager in staat is elders toereikende financiering of faciliteiten te verkrijgen onder voorwaarden die de Bank redelijk acht; bij het verstrekken of garanderen van een financiering overweegt de Bank terdege de kansen dat de leningnemer en degene die zich eventueel voor hem garant stelt, bij machte zullen zijn hun verplichtingen die voortvloeien uit hun financieringsovereenkomst na te komen; in geval van een rechtstreeks door de Bank verstrekte lening zal de leningnemer alleen dan toestemming van de Bank krijgen voor het opnemen van gelden, indien deze dienen tot dekking van werkelijk gedane uitgaven; de Bank tracht haar fondsen opnieuw te gebruiken door haar beleggingen te verkopen aan particuliere beleggers wanneer zulks goed mogelijk is onder bevredigende voorwaarden; bij haar beleggingen in afzonderlijke ondernemingen gaat de Bank haar financieringen aan onder voorwaarden die zij passend acht, rekening houdend met de behoeften van de onderneming, de risico's die de Bank neemt en de voorwaarden die gewoonlijk door particuliere beleggers worden bedongen voor een soortgelijke financiering; de Bank legt geen beperkingen op ten aanzien van de aan schaffing van goederen en diensten uit een land uit de opbrengsten van een lening, belegging of andere financiering aangegaan in het kader van de gewone of de bijzondere werkzaamheden van Bank en stelt, in voorkomend geval, haar leningen en andere werkzaamheden afhankelijk van het organiseren van internationale aanbestedingen; en de Bank neemt de nodige maatregelen om te verzekeren dat het bedrag van een lening die is verstrekt of gegarandeerd door de Bank, of waarin door de Bank wordt deelgenomen, of van een belegging in aan delen, alleen wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor de lening of de belegging werd toegestaan, waarbij zij de nodige aandacht besteedt aan overwegingen van zuinigheid en doelmatigheid.

Rechtspraak bij dit artikel