De douaneautoriteiten van de Staten kunnen, in overeenstemming met de doeleinden en binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst, zowel in hun processen-verbaal, rapporten en getuigenissen als bij procedures en vervolgingen in rechte, de in overeenstemming met deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten als bewijsmiddel gebruiken.
Het gebruik van dergelijke inlichtingen en documenten in rechte en het belang dat eraan wordt gehecht, worden bepaald door het nationale recht.
Paragraaf
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 19 januari 1986