Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 19 januari 1986

1. Als de aangezochte douaneautoriteit van mening is dat de gevraagde bijstand zou leiden tot aantasting van de openbare orde, de soevereiniteit, de veiligheid of andere essentiële belangen van de aangezochte Staat, of de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim in die Staat mee zou brengen, mag zij weigeren die bijstand te verlenen, dan wel gedeeltelijk verlenen of afhankelijk stellen van de vervulling van bepaalde voorwaarden of het voldoen aan bepaalde eisen. 2. Als aan een verzoek om bijstand niet kan worden voldaan, wordt de douaneautoriteit van de Staat die om bijstand heeft verzocht onverwijld daarvan in kennis gesteld en tevens op de hoogte gebracht van de redenen voor de weigering bijstand te verlenen. 3. De verplichting bijstand te verlenen geldt niet voor het verstrekken van inlichtingen of documenten die de douaneautoriteiten hebben verkregen in het kader van bevoegdheden die zij in opdracht van de rechterlijke autoriteit uitoefenen. Indien echter om bijstand wordt verzocht, worden deze inlichtingen of documenten verstrekt in alle gevallen waarin de rechterlijke autoriteit, die hiertoe moet worden geraadpleegd, haar toestemming geeft. 4. Indien de douaneautoriteit van de ene Staat verzoekt om bijstand die zij zelf, indien zij daarom door de douaneautoriteit van de andere Staat zou worden verzocht, niet zou kunnen verlenen, vestigt zij daarop in haar verzoek de aandacht. Het inwilligen van een dergelijk verzoek staat ter beoordeling van de douaneautoriteit aan wie het verzoek is gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel