**1.** Elke Verdragsluitende Partij stelt passende procedures vast ten einde te verzekeren dat informatie aangaande olielozingen zo snel mogelijk wordt gemeld en dient, onder andere:
van haar daartoe bevoegde functionarissen, kapiteins van schepen die haar vlag voeren en beheerders van onder haar rechtsmacht staande voorzieningen voor de kust, te verlangen dat dezen haar iedere olielozing melden, waarbij hun schepen of voorzieningen betrokken zijn;
de kapiteins van alle schepen en de piloten van alle luchtvaartuigen die hun werkzaamheden verrichten in de nabijheid van haar kusten te verzoeken, haar iedere olielozing te melden waarvan zij kennis dragen.
**2.** Ingeval een Verdragsluitende Partij een melding aangaande een olielozing ontvangt, brengt zij deze onmiddellijk ter kennis van alle andere Verdragsluitende Partijen wier belangen naar alle waarschijnlijkheid door zulk een voorval worden getroffen, alsook van de vlaggestaat van een daarbij betrokken schip. De Verdragsluitende Partij stelt ook de bevoegde internationale organisaties op de hoogte. Bovendien stelt zij, zodra zulks mogelijk is, deze Verdragsluitende Partijen en bevoegde internationale organisaties in kennis van de door haar genomen maatregelen om de verontreiniging of de dreiging daarvan te verminderen of tot een minimum te beperken.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 1986, 195 gesteld op 30 maart 1986.
Artikel 5
Verstrekking van informatie betreffende en melding van olielozingen
Onderdeel van Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 1986