**1.** Elke Verdragsluitende Partij verleent naar vermogen bijstand aan andere Verdragsluitende Partijen die om bijstand verzoeken, bij het optreden bij een olielozing, zulks in het kader van het tussen de verzoekende en bijstand verlenende Verdragsluitende Partijen overeengekomen gezamenlijk optreden.
**2.** Elke Verdragsluitende Partij vergemakkelijkt, onder voorbehoud van haar wetten en voorschriften het verkeer naar, via en uit haar grondgebied van technisch personeel, uitrusting en materialen nodig voor het optreden bij een olielozing.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 1986, 195 gesteld op 30 maart 1986.
Artikel 6
Wederzijdse bijstand
Onderdeel van Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 1986