Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder
„het Verdrag”: het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caribisch gebied (Cartagena de Indias, 24 maart 1983);
„het Actieplan”: het Actieplan voor het Caribisch Milieuprogramma (Montego Bay, april 1981);
„het Caribisch gebied”: het „Verdragsgebied” bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Verdrag; dit omvat bovendien voor de toepassing van dit Protocol:
wateren gelegen aan de landzijde van de basislijn vanwaar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten en zich uitstrekkende, in geval van waterlopen, tot de zoetwatergrens; en
de daarmee verbonden landgebieden (met inbegrip van stroomgebieden) die worden aangewezen door de Partij die soevereine rechten en rechtsmacht over die gebieden heeft;
„de Organisatie”: het in artikel 2, tweede lid, van het Verdrag bedoelde lichaam;
„beschermd gebied”: een gebied dat wordt beschermd uit hoofde van artikel 4 van dit Protocol;
„uitstervende soorten”: dier- en plantesoorten of ondersoorten of hun populaties die in hun gehele verspreidingsgebied of een gedeelte daarvan met uitsterven worden bedreigd en waarvan het voortbestaan niet waarschijnlijk is indien de factoren die ze in gevaar brengen blijven bestaan;
„bedreigde soorten”: dier- en plantesoorten of ondersoorten of hun populaties:
die in de nabije toekomst in hun gehele verspreidingsgebied of een gedeelte daarvan waarschijnlijk met uitsterven zullen worden bedreigd indien de factoren die leiden tot vermindering van hun aantal of tot aantasting van hun leefmilieu blijven bestaan; of
die zeldzaam zijn, omdat ze gewoonlijk voorkomen in een beperkt verspreidingsgebied of leefmilieu, of dun verspreid zijn over een groter gebied en die in aantal teruglopen of dreigen terug te lopen en mogelijk met uitsterven worden bedreigd of uitsterven;
„beschermde soorten”: dier- en plantesoorten of ondersoorten of hun populaties die worden beschermd uit hoofde van artikel 10 van dit Protocol;
„inheemse soorten”: dier- en plantesoorten of ondersoorten of hun populaties waarvan de verspreiding is beperkt tot een bepaald gebied;
„Bijlage I”: de bijlage bij dit Protocol die de overeengekomen lijst van in zee- en kustgebieden voorkomende plantesoorten bevat die vallen onder de in artikel 1 omschreven categorieën en die de in artikel 11, eerste lid, letter a, aangegeven beschermingsmaatregelen behoeven;
De Bijlage mag op het land voorkomende soorten omvatten als bepaald in artikel 1, letter c, punt ii;
„Bijlage II”: de bijlage bij dit Protocol die de overeengekomen lijst van in zee- en kustgebieden voorkomende diersoorten bevat die vallen onder de in artikel 1 omschreven categorie en die de in artikel 11, eerste lid, letter b, aangegeven beschermingsmaatregelen behoeven.
De Bijlage mag op het land voorkomende soorten omvatten als bepaald in artikel 1, letter c, punt ii; en
„Bijlage III”: de bijlage bij dit Protocol die de overeengekomen lijst van in zee- en kustgebieden voorkomende dier- en plantesoorten bevat die op verstandige en verantwoorde wijze kunnen worden benut en die de in artikel 11, eerste lid, letter c, aangegeven beschermingsmaatregelen behoeven.
De Bijlage mag op het land voorkomende soorten omvatten als bepaald in artikel 1, letter c, punt ii.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten bij het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 17 juni 2000